Blog

Presentatie ‘De uitvinding van de Leeszaal’

Presentatie ‘De uitvinding van de Leeszaal’

Onderstaand verhaal sprak ik op 20 maart uit bij de presentatie van het boek ‘De uitvinding van de Leeszaal’ in boekhandel Van Gennep. Na mijn verhaal, volgen ook nog de mooie woorden die Bas Kwakman voor ons had bedacht.

11082601_10204772752492925_173951675202985420_n

 

De Leeszaal als cultuurbazaar

De bibliotheek ging dicht, weer een publieke ontmoetingsplek dicht. Wat een verlies was het algemene gevoel. Maar wat ging er nu precies verloren? Want heel veel mensen die hun handtekening plaatsen onder een petitie waren geen lid van de bibliotheek, kwamen er ook niet meer. Praktisch was er al een hoop verloren gegaan.  De wijkbibliotheek had een steeds kleinere collectie, nauwelijks meer kranten en de openingstijden waren zeer beperkt. Dus daar zat het hem waarschijnlijk niet in. Men had zich daar mee verzoent. Met de definitieve sluiting ging dus iets anders verloren, een idee: de bibliotheek als vindplaats van dingen die je verbeelding kunnen prikkelen, van toegang tot informatie, van verheffing. Kortom van cultuur in zijn vele verschillende uitingsvormen. En dit verlies was breder dan de bibliotheek. In de culturele sector moet flink bezuinigd worden, allerlei culturele instellingen moeten inkrimpen of de deuren sluiten. De sluiting van de wijkbibliotheek stond dus symbool voor een bredere ontwikkeling. Tegelijkertijd is er sprake van een cultureel veld wat zichzelf opnieuw kan en moet uitvinden. Tijdelijke initiatieven, spannende verbanden en traditionele instellingen die zich ineens anders presenteren en voordoen zijn aan de orde van de dag. De Leeszaal past in die beide bewegingen en is onze poging om te kijken hoe je vandaag de dag kan uitdragen en maken en wat voor plek daar bij hoort. Inmiddels is er een typische Leeszaal-cultuur ontstaan: een manier van doen die herkenbaar is voor bezoekers en makers. Die cultuur hebben we niet van te voren bedacht, maar hebben we al doende uitgevonden. In de komende minuten neem ik jullie mee in hoe dit uitvinden ging en wat we uitgevonden hebben.

Over de boeken

De meest voor de hand liggende uitingsvorm van de Leeszaal was natuurlijk, net als hier bij van Gennep, ons te omringen met boeken. Het blijkt dat veel mensen, of ze nu wel of niet van lezen houden, het zich omringt weten door boeken als prettig ervaren. Inmiddels weten we ons in de Leeszaal omgeven door een flinke collectie. De boeken komen allemaal van particulieren die kleiner gaan wonen, overleden zijn, hun boekenvoorraad uit de hand hebben zien lopen, die de Leeszaal zo sympathiek vinden dat ze ook wat willen in brengen, en om heel veel andere redenen. Al deze losse boeken worden met aandacht omgevormd tot een mooie collectie. Daar zorgt onze eigen collectiegroep voor: vier dames en één heer, aangevuld met vrijwilligers die meehelpen als het zo uitkomt.

Dat ze zich niet hoeven te vervelen, realiseerden we ons natuurlijk wel. Elke dag komen er wel weer mensen met een stapeltje, een tas, een doos of een hele auto vol naar de Leeszaal. Maar wat al die losse momenten bij elkaar opleveren, realiseerden we ons pas toen we in het kader van een sponsoractie op zoek waren naar exacte en bijzondere cijfers over de Leeszaal. Zo kwamen we er niet alleen achter dat we in het eerste jaar 4.178 kopjes koffie dronken, 95 evenementen organiseerden, 1.936 uur open waren en dat we 41 praatjes over de Leeszaal hielden, maar ontdekten we ook dat we geen 5.000 boeken hadden – zoals we in die praatjes keer op keer vertelden – maar dat dit er 21.097 waren. 2.985 Nederlandstalige romans, maar ook bijvoorbeeld 267 boeken over Rotterdam. Al die boeken liggen in een van de 37 gekregen en vier zelfgemaakte en verrijdbare kasten. In totaal is dit ongeveer 336 meter boeken; opgestapeld ruim twee keer zo hoog als De Rotterdam, met 149 meter het hoogste gebouw van Rotterdam.

Zo hebben we in de loop van de tijd dus een geheel eigen, naar wij menen interessante, goede en eigen collectie opgebouwd. Een collectie bestaande uit boeken die we in principe ook net zo makkelijk weer weggeven, iets wat in de praktijk nog knap lastig is, omdat mensen die de eerste keer langskomen het vreemd vinden om zo maar een boek mee te nemen.  Dat weggeven van het boek is wat ons anders maakt dan de bibliotheken en boekhandels, maar wat we delen is dat we boeken willen laten circuleren, dat het lezen gestimuleerd wordt. Allemaal doen we dat op onze eigen manier, maar allemaal uit liefde voor het boek. We concurreren dus ook niet met elkaar, maar geven op andere manieren uitdrukking aan die liefde.

Over culturele programmering

Maar al snel werd duidelijk dat de Leeszaal zich niet zou beperken tot boeken. Mede ingegeven door het pand namen we echter al snel steeds meer culturele uitingen op in ons denken en doen. We hadden het niet bedacht, het overkwam ons en we waren er klaar voor. Tijdens de eerste vergadering na het Leeszaal-festival in november 2012, diende het zich aan. Jan Maas vertelde over zijn idee van de Literaire Maaltijden: een diner tussen 18.00 en 19.00 gevolgd door een literaire lezing door een lezer van een uur. Glaasje wijn er na en om 20.30 weer naar huis met de hele avond nog voor je. Het blijkt te werken en inmiddels zijn we bijna 30 Literaire Maaltijden verder. En ietwat schuchter kwamen er 3 studenten binnen. Ze bleken van Kriterion te zijn en ze vroegen zich af of we misschien ook films zouden willen gaan draaien straks. Ja graag, en een paar maanden later hadden we een maandelijks filmprogramma. En eigenlijk staan die twee vormen voor hoe ons culturele programma ontstaat: we hebben eigen programma’s vanuit vaste en minder vaste vrijwilligers en we organiseren culturele activiteiten door en met partijen uit de stad.

Voorbeelden van het eerste zijn Doorvertellen, spelletjes-avonden van Pioniers van het Westen, Punt-Komma Muziek, de filmavonden met Cinema West, het kinderprogramma en de al genoemde Literaire Maaltijden van Jan Maas. Voorbeelden van samenwerkingen met partners in de stad: we organiseerden mede debatten over laaggeletterdheid, stadsontwikkeling, taalbeleid, participatie, eenzaamheid en the Right to Challenge; waren gastpodium voor Poetry International en North Sea Jazz around Town; boden plaats aan ontbijten en diners van de Holland Road, de Makers van Rotterdam en de Wereldvrouwen (jullie kunnen straks hun kookkunsten proeven); waren de plek waar Happy Go Lucky, de Wmo-werkplaats, boekpresentaties en lezingen; Pools kindertheater; cursussen oral history gericht op Kaapverdië; en Café NL – een praatcafé van hoogopgeleide vluchtelingen met Nederlandstaligen.

En zo werden we al met al een druk-geprogrammeerde en bezochte culturele plek in de stad. Maar wat voor soort plek zijn we nu eigenlijk? Of anders gezegd, wat maakt de Leeszaal tot een bijzondere culturele plek waar een hoofdstuk aan gewijd moet worden in een boek?

Wat hebben we uitgevonden?

Zoals gezegd, we zijn ontstaan in een tijd waarin er veel gedebatteerd werd over het belang van cultuur en waarin culturele plekken het moeilijk hebben. Hoe het nu met het culturele veld gaat zouden we ook niet iets over durven te zeggen. Waar we wel iets over kunnen zeggen is hoe we een eigen culturele plek met een eigen cultuur zijn geworden.

Over dat eerste: de Leeszaal is volgens ons een cultuurbazaar geworden, een plek waar allerlei aanbieders gezamenlijk meer bieden dan de som der delen. In een bazaar kan iedereen zijn eigen winkeltje of werkplaats beginnen; in de Leeszaal kan iedereen een culturele activiteit ontplooien. Op die manier is de Leeszaal ook van alles wat geworden: een theater, bioscoop, cultuurhuis, wijkcentrum, galerie, muziekpodium, debatcentrum, bibliotheek en buurthuis. Een culturele, multifunctionele accommodatie, maar zonder allemaal organisaties die samen een gebouw moeten delen en exploiteren.

Maar meer nog dan een plek voor cultuur, heeft de Leeszaal ook een eigen cultuur. Die zie je terug in hoe we programmeren. We brengen professionele makers, vrijwilligers met culturele belangstelling en amateurvakmensen bij rond een gedeelde fascinatie – een land van herkomst, een onderwerp of een schrijver – bij elkaar en we vragen hen iets te maken of te presenteren wat past ‘in de cultuur van’ de Leeszaal. We zijn geen plek die een maker uitnodigt om iets ‘met het publiek te komen doen’; we zijn ook geen huis voor amateurkunst waar voor de nodige kwaliteitsimpuls aan professionals gevraagd wordt iets toe te voegen. Nee, bij ons komen makers ‘hun ding doen’, maar doen dat in een groter verband, met net andere medemakers en op een podium dat er net even anders uit ziet, voelt en werkt dan ze gewend zijn en voor een ander publiek dan gebruikelijk. In het publiek zitten mensen die meekomen met de makers, ze brengen hun eigen publiek mee. Er zijn er mensen die zich herkennen in de plek, zich er prettig voelen en blijven terugkomen. Het maakt ze bijna niet uit wat we programmeren, maar dat wij het programmeren is voldoende aanleiding om te komen. Er zijn vaste bezoekers van concerten, literatuurliefhebbers die muziek meekrijgen, maar ook mensen, vooral vrijwilligers, die nooit naar ‘dit soort dingen’ gaan. Die combinatie is spannend, want je weet niet wat je moet of kan verwachten. Het publiek lacht, applaudisseert, of is juist stil op momenten dat je het niet verwacht. Het is kritisch en enthousiast publiek. Kritisch omdat ze een zekere verwachting hebben, maar tegelijk enthousiast en niet blasé omdat ze het allemaal al gezien hebben.

Al met al levert deze manier van werken een eigen cultuur op, iets wat mensen meer en meer beginnen te herkennen, te waarderen en te begrijpen. Je bent niet in een bibliotheek of boekhandel, maar de Leeszaal, je bent niet in een theater, maar in de Leeszaal; je bent niet in een debatcentrum, maar in de Leeszaal; je bent niet in het buurthuis, maar in de Leeszaal; en je bent niet in een cultuurcentrum, maar in de Leeszaal. Dat hebben wij al doende toegevoegd aan de cultuur van Rotterdam.

Die eigenheid van de plek en hoe dat functioneert zien we ook terug in de samenwerking met Poetry International. Wil graag Bas Kwakman naar voren roepen om met veel plezier aan hem het eerste exemplaar van het boek te overhandigen. We hebben Bas gevraagd omdat in de samenwerking met Poetry mooi duidelijk wordt hoe de Leeszaal cultuurbazaar werkt. Ten eerste is Bas persoonlijke iemand die regelmatig langskomt om in onze collectie op zoek te gaan naar een nieuwe boek. Maar daarnaast zijn wij als Leeszaal al 2 jaar buitenpodium tijdens Poetry International. Het eerste jaar waren we vooral een plek waar ze een programma konden maken rond de 3 centraal staande Chinese Dichters. Maar bijzonder was dan wel weer dat de presentatie in handen was van een Chinese/Nederlands duo vrijwilligers van de Leeszaal die het presenteerden, maar bovenal dat in het publiek ineens ook Chinezen zaten,  iets wat je op een poeziefestival niet snel ziet. Het jaar daarna verdiepte de samenwerking en gingen een aantal van onze Chinese taalcursisten ineens een gedicht vertalen van een Chinese dichter, was er tijdens het festival een ontmoeting tussen hem, de vertalers en zijn officiele vertaalsters. Het publiek werd ineens ook maker en professionals, amateurs en liefhebbers schoven ineen en door elkaar.  Daarmee laat de samenwerking met Poetry voor ons zien hoe we in en met de Leeszaal op een eigen wijze cultuur maken.

Het is daarom, Bas, met veel plezier dat ik je het eerste exemplaar overhandig.

10403509_10204772754532976_4424990890570523887_n

Bas Kwakman, Directeur Poetry International

Dames en heren.

Mijn naam is Bas Kwakman en ik ben een bibliofiel. De eerste keer dat ik in de Leeszaal West kwam werd ik rondgeleid langs de boekenkasten. Bij de afdeling Frans stond een ongebonden reeks Gallimard uitgaven van het complete werk van Proust in een redelijk vroege druk. Liefkozend wreef ik met mijn vinger langs de ruggen.

‘Allemaal leuk en aardig’, zei ik, ‘dat gratis boeken brengen en meenemen, maar voor dit soort boeken moeten jullie toch echt gewoon een mooi afsluitbaar vitrinekastje met een sleutel en een prijzenlijstje maken. Deze reeks bijvoorbeeld is veel te kostbaar om weg te geven.’

‘Neem ze dan mee’,  zei de dame die me rondleidde.

‘Nee,’ zei ik, ‘Ik heb mijn Proust wel compleet. Maar dit is best waardevol.’

Bij het woord waardevol trok de dame een vies gezicht.

‘Waarom?,’ vroeg ze.

‘Nou’, zei ik,’ bijvoorbeeld omdat deze hele reeks compleet is.’

Ze knikte, pakte een boek uit het midden van de reeks en gooide het achteloos in een doos die verderop stond.  ‘En nu? zei ze ‘Is het nu minder waardevol?

Ze had niks met waardevol. Het moest meegenomen worden, daar ging het om. De boeken moeten onder de mensen en niet in een glazen kastje. Het was duidelijk: het traject Leeszaal West zou een persoonlijk leertraject voor mij worden.

De tweede keer dat ik in de Leeszaal kwam was ik in gezelschap van drie Chinese dichters die te gast waren op het Poetry International Festival. Maandenlang waren we bij Poetry bezig geweest om met ons programma vol Chinese dichters de Chinese gemeenschap in Rotterdam te bereiken. ‘Oh, maar die zitten gewoon hier’, zei Joke van der Zwaard van de Leeszaal. Sinds de sluiting van een ontmoetingsplaats voor Chinezen in Rotterdam had de Leeszaal West die rol overgenomen. In het publiek zaten naast autochtone Rotterdammers tal van Chinezen die de dichters het hemd van het lijf vroegen.  Ze hadden al onder begeleiding het werk van de dichters in de Leeszaal vertaald en zaten tot enthousiasme van onze dichters met notitieboekjes vol vragen in de zaal. De vermeende drempel tussen de dichters van Poetry en de Rotterdammer bleek hier niet te bestaan. Leermoment twee.

Nummer drie: de dichters F. van Dixhoorn en Nick J. Swarth traden op in de leeszaal West in het kader van de Rotterdam Readings. Een wel zeer interessante combi van twee landelijk vermaarde dichters die in mijn eenzijdige verbeelding Rotterdam alleen tijdens Poetry International aandoen maar die nu toch doodleuk in de de Leeszaal West een geweldig optreden gaven. Ook de vermeende drempel tussen de Nederlandse dichters en Rotterdam blijkt niet te bestaan.

Sindsdien ben ik kind aan huis in de Leeszaal West. Ik breng er de boeken heen die uit mijn kast vallen en ik neem nieuwe boeken mee om de gaten weer op te vullen. Ik stuur er ongelovige nationale en internationale gasten heen,  ik heb er poezieles gegeven, ik heb aan een tafel gezeten waar internationale poezie werd vertaald, aan een tafel waar een gepensioneerde leraar bijles Natuurkunde gaf aan en aan een tafel waaraan Skype werd uitgelegd aan oudere Rotterdammers.

Een van de laatste keren dat ik hier kwam stond er een indrukwekkende boksring in de Leeszaal. Een paar gastjes uit de buurt hadden tussen de boeken liggen klieren en meppen. In plaats van ze eruit te schoppen bedacht men iets waarbij al die energie wat beter gekanaliseerd kon worden. Ze bouwde een boksring en belde boksdichter en een trainer in gevechtssporten die met die gastjes aan de slag ging. Een typisch voorbeeld van een leeszaal West gedachte.

Wat me raakt, en ook wel ontroerd, is de vanzelfsprekendheid en de terloopsheid waarmee projecten worden gestart, die vervolgens tot ver buiten de grenzen van de stad stoelen doen schuiven. Bibliotheekdirecteuren die zenuwachtig worden, sociaalmaatschappelijk werkers die tevergeefs in hun readers bladeren op zoek naar de bron van het succes van deze projecten. De initiatiefnemers en medewerkers van de Leeszaal hebben een toon gezet die gevolgen heeft voor de stad, de provincie en zelfs het land, en dat doen ze met met veel overtuiging, met grote inzet en een gezond en bijna achteloos gebrek aan kapsones.

En al blijft mijn bibliofiele natuur soms pijnlijk getroffen als er weer een Proust in een doos wordt gemikt, het moge inmiddels duidelijk zijn dat ik het een erg grote eer vind om het eerste exemplaar van dit boek te mogen ontvangen.